wit met een ronde knop. Ook werd het patroon gevarieerder, en kregen de borden een nieuwe naam, Pomona. We zouden het tegenwoordig een spin-off noemen. De kleuren en gestileerde groenten zijn vaak gekopieerd nooit geëvenaard. Er zit een prachtig ritme in de patronen. Picknick is wellicht het meest gezochte aardewerk van na WOII. Het is dus duur, daarbij komt dat de gebruikszaken zoals, koppen, borden, bekers, soepkoppen, koffie- en theepotten moeilijk te vinden zijn. Verder wordt het in de hele protestants westerse wereld gezocht. Een schaal met deksel kost 30 tot 100 euro, een kop en schotel, als u ze al kunt vinden, kost 35 euro.
Theepot circa 100 euro, koffiepot 175 euro. De prijzen verschillen van land tot land, Nederland is nog enigszins betaalbaar maar lastig te vinden. Prijzen stijgen.
Marianne Westman, ontwerpster van onder andere red top, pomona, mon ami, my garden
en picknick.
Werkte bij rorstrand van 1950 tot 1970.
Petrus Regout met als symbool de Sphinx heeft 160 jaar voor Nederland gebruiks-aardewerk gemaakt, goede kwaliteit, redelijke vormgeving, niet spectaculair maar degelijk, het tijdsbeeld goed volgend maar zelden bepalend. Een beetje zoals de
HEMA vandaag de dag, of misschien wel Ikea. Goede modellen, maar eerder goede namakers dan baanbrekers.
Een eeuw lang, zo van 1870 tot 1970 zal er nauwelijks een huishouden zijn geweest zonder iets van de Sphinx aardewerk in huis naast het wandtegeltje in de keuken
of de pispot.
Er zijn wat uitzonderingen die wel baanbrekend waren, onder andere de schalen en vaasjes van Wim Visser (1915 - 1977).
Zeer kenmerkend voor die tijd, het amorfe glazuur, de niervormige borden, de snelle schuine streepjes, het schijnbaar wat kinderlijke a la de beginjaren van
Cobra en de organisch vormgegeven vaasjes.
Wim Visser had in 1954 en 1955 een eigen atelier bij de Sphinx en hoewel hij ook internationaal veel lof oogstte brak Sphinx in ‘55 het experiment af, ik denk
vanwege de prijs. De vaasjes waren wat moeilijker te maken dan de gewone ronde vaasjes, en hand beschildering werd ook toen al steeds duurder. Je hebt vaasjes en schalen in geel, wit, roze en groen, de laatste twee kleuren heel zacht. Ze hebben onderop doorgaans een code, bijvoorbeeld 125.z.3006, 125 is de vorm, in dit geval het niervormige bord, z is de kleur, wit, y is geel, 3006 is het decor. Het niervormige bord op de foto heeft als nummer 125.y.a. A is de code van het streepjes decor. Soms staat er onder een vaasje WV, dan is die vaas door Wim Visser zelf geschilderd. Die vaasjes zijn wat meer gezocht, ik vind echter dat hij zeker niet de meest vaste hand had, waarom niet zal ik maar in het midden laten.
Een vaasje van Wim Visser doet afhankelijk van de vorm 50 tot 100 euro, een schaal vanaf 45 euro. Ik heb niet het idee dat de prijzen omhoog gaan. Visser is wel heel typerend 50er jaren en dat is niet echt populair op dit moment.Als u Visser koopt ga dan voor de vaasjes met als blindmerk een Sphinx.Een blindmerk is een merk dat je goed ziet als je het vaasje een beetje heen en weer wiebelt. Vaasjes zonder blindmerk zijn doorgaans minder verfijnd. Of het zogenaamde B-keus is weet ik
niet, ik denk het wel. Het blindmerk heeft Regout bij mijn weten alleen gebruikt voor het werk van Visser.
Bij Goedewaagen zijn ze begonnen met het draaien van pijpekoppen. Maar alras kwamen ze er achter dat wanneer je een grote pijpekop draait en je plakt er een stukje klei aan dat je dan een kopje hebt. En wanneer je een hele platte pijpekop maakt heb je een schoteltje of een bord. Dus namen ze die ook in productie.
Goedewaagen maakte in de begin 20-er jaren mooie vazen, onder andere na de overname van de distel, maar in de jaren 50 kwamen ze niet veel verder dan het draaien van ronde potjes.
Succesvol in de vijftiger jaren was de Fiesta serie ontworpen door Zweitse Landsheer/ de Boer, maar ook zijn er nog oude mallen uit de jaren 20 van van Breukelen gebruikt. Bij Goedewaagen worden verschillende ontwerpen uit verschillende serviezen en tijden door elkaar gebruikt, het decor is de gemeenschappelijke noemer.
Fiesta kent zes pasteltinten dof van buiten glanzend van binnen, men hield in die tijd van die tegenstellingen, hard zacht, warm koud, met daarbij een zwart accent.
Mooi is het in 1960 ontworpen servies athene, lastig te vinden, zie de verkoopafdeling. Het is lindengroen en roomwit in allerlei variaties, bijvoorbeeld voor de helft groen en de andere helft wit, maar ook zijn er theepotten met alleen een groen dekseltje.
Na goedewaagen is Landsheer onder andere directeur geweest van Cor Unum, ook aardewerk, in Den Bosch. Tegenwoordig, in 2008 wordt hij 80, richt hij zich helemaal op het schilderen, een tentoonstelling is in 2008 te zien in het Kruithuis.
Je had van alles van Fiesta, ontbijt en diner servies, allerhande kopjes, gebakschotels en pinda stelletjes, noem maar op.Het was omdat het het niet gedecoreerd moest worden goedkoper te vervaardigen. Mensen konden er net als bij de pasteltinten van Regout / Sphinx ook voor sparen bijvoorbeeld met punten van Goudboon koffie of Driemolen pap.
Het heeft hoge productie aantallen gehaald maar omdat Gouda aardewerk niet het beste aardewerk is is er niet veel van over.
Het is niet super gezocht, dus de prijzen zijn redelijk, 7,50 euro voor een kopje, een beetje afhankelijk welke, 15 euro voor een pinda stelletje, dat soort gematigde prijzen. Beroemd is het peper zout en mosterd stelletje, typerend niervormig van boven, waarde ongeveer 35 euro.



Het mooiste wat goedewaagen gemaakt heeft is de INCA serie, ontwerp Willem van Norden.
Bovenstaande vaas is een voorbeeld, niet alleen ontworpen maar ook gemaakt door van
Norden, herkenbaar aan het monogram N met een streepje links onder.




In het Piet Zwart Bruynzeel kastje staat een verzameling Rörstrand aardewerk, decor
Picknick. Rörstrand is een oude Zweedse aardewerkfabriek, opgericht eind 18e eeuw,
en bestaat nog,hoewel nu wel
onderdeel van de Arabia ittala groep. Het bekendste en erg gezocht servies is Ost
India, het lijkt niet op Picknick, veel tuttiger.
Picknick is ontworpen in 1956 door Marianne Westman, toen ze 27 jaar was en direct
van de academie voor vormgeving naar Rörstrand is gegaan.
Je ziet dan dat wat je zoveel ziet, het eerste schot is het beste schot. Menig professor
teert nog op de roem van een
ontdekking die hij deed toen hij in de 20 was, zo ook Marianne Westman, beroemd ontwerpster
geworden maar niet meer het niveau Picknick geëvenaard. Vaak zie je bij aardewerk
dat de vorm door een man is ontworpen en het decor door een vrouw. Picknick is op
de markt gebracht van 1956 tot 1968, eerst hadden de potten gekleurde deksels, vanaf
1959
Bekijk Picknick ook in onze gallerie:
Een alleraardigst verzamelobject zijn de kinderborden en bekers van Rorstrand uit
de jaren 50 en 60. Maar ook een lastig verzamelobjest, veel borden hebben immers
vliegles van de kinderen gehad en slechts weinig hebben hun brevet gehaald.
De decors hebben namen als Tuff Tuff, Knorr Knorr, Tok Tok, Firre en Tante Hulda.
Het moet niet al te moeilijk zijn om de juiste naam bij de foto te plaatsen.
● Rorstrand kinderservies
Almedah is een webwinkel die nog steeds verschillende items heeft in het Picknick
Rorstrand design. Almedahls bestaat al sinds 1846, een hele tijd. Zijn ooit begonnen
met tafellopers, servetten etc. Nu hebben ze drie divisies: Home, Contract: de gordijnstoffen
en een divisie voor technische onderdelen voor raam decoratie.
Hier zijn enkele voorbeelden:
Links, de Picknick theedoek.
Rechts: Picknick stof en tas.
Klik op deze link voor verkoopadressen
Hannie Mein is geboren in Utrecht. Na haar opleiding aan de rietveld academie bleef
ze tot 1967 werken in amsterdam waarna ze vertrok naar een gehucht in Friesland,
Vinkega.
Waarom Vinkega of all places, ik weet het niet.
Het was wel een tijd waarin de wat alternatieve garde naar het platteland trok, de
Moeder Aarde beweging, het bewust leven, een afkeer van het kapitalisme en het consumentisme,
het Taoisme, hoe ver zijn we daar nu van af gedwaald, of daar bij Hannie Mein ook
sprake van was, ik weet het niet.
Kenmerkend voor het werk van Hannie Mein zijn drie woorden, jaren 70, vrouwelijk,
natuur.
Jaren 70: de vormen van haar aardewerk hebben een hoog eind jaren 60 begin jaren
70 gehalte, Verner Panton in aardewerk. Cilinders met grote ovale gaten, paddestoelen,
poppetjes. Het paste helemaal in die tijd van spoorbielzen, bruine muren, lantaarnplantjes
aan het plafond, ruwe touwen, donkerbruine deurposten, ruwstenen muren.
Vrouwelijk: de ronde vormen, de zachte kleuren, de totale afwezigheid van scherpte
en hoekigheid , ze moet een zacht en bescheiden mens geweest zijn.
Natuur: het werk van Hannie Mein is vaak gedecoreerd met bloemen, ontkiemende bonen,
de kleuren doen ook natuurlijk aan.
Het werk van Hannie Mein is zeer kenmerkend. Je hoeft er nooit onderop te kijken
van wie het is. Maar als je onderop kijkt dan zie je vaak HM, soms Hannie Mein, misschien
dan zelf gemaakt want ze had natuurlijk mensen in dienst, en soms, bij haar vroegere
werk, Con Amore, met liefde. Maar ook dat "met liefde" had ze net als haar naam er
niet onder hoeven te zetten, de liefde en zorgvuldigheid druipt van haar werk af,
een heel leven lang.
Net als bij ravelli zijn de gewone dingetjes niet veel waard, ze heeft met haar atelier
veel gemaakt,de bijzondere uniekere wel, en dan geldt des te groter en karaktervoller
des te meer.Mocht er weer een terug naar de natuur stroming komen dan zal haar werk
snel in waarde stijgen.


