











Na WOII groeide de bevolking explosief. Veel mensen moesten een plekje hebben en die plekjes moesten ook ingericht worden. Dat ging niet meer met duur bewerkt
eiken, maar met nieuwe materialen. Bovendien waren de mensen klein behuisd of vaak nog inwonend. Uit deze nood geboren zijn de aardigste minimalistische dingen voortgekomen, less is more, bijvoorbeeld de metalen wandrekken van Pilastro en Tomado. Ook de HEMA maakte metalen wandrekken, een andere fabriek is
Drenthea, drenthea homesteel. De trent was internationaal, maar de Hollandse
rekjes blinken wel het meest uit in eenvoud en helderheid, kan ook niet anders met Mondriaan en van der Lek als voorvader.
De Tomado rekjes werden gemaakt in
Dordrecht, ToMaDo betekent van der
Tocht Massaprodukten Dordrecht.
Kleuren zijn in eerste instantie
primair, later komen er meer mode
kleurtjes. Van der Tocht had zijn
inspiratie opgedaan in de USA
wellicht bij de draadplastieken van
Bertoia. Oorspronkelijk deed hij in
Behang haakjes, haakjes voor in het
linnen om een schilderijtje aan te
hangen. Er waren weinig huizen waar
je de rekjes niet vond.Je hebt ook
kleinere rekjes voor de zwarte
Beertjes
Pockets met de Dick Bruna omslagen,
altijd in gebroken wit, geel en rood. De kwaliteit van Pilastro was wat zwaarder, planken wat langer, er is veel meer variatie, lampen, kastjes, laatjes, kortom, Pilastro is veel leuker. Pilastro is ontworpen door Tjerk Reijenga, niet door Coen de Vries zoals vaak gedacht. Planken zijn er in 38, 73, 98 lang en diep 12,5, de pocketplank, 20, 28, en 45. Naast planken zijn er kastjes, planken met lades, rommelrek, lektuurrek, lichtkappen, schrijfbladen en barmeubels.
In 66 ontwierp Tjerk Reijenga ook ligna E, dezelfde kastjes en planken maar nu liggend op alluminium houders. Kleuren worden knallender, daarvoor veel zwart, wit en rood, Rietveld kleuren, nu ook niet primaire kleuren.
Prijzen van pilastro en Tomado liggen ongeveer gelijk, ondanks dat pilastro leuker en veel zeldzamer is.
Dit komt omdat Fransen en Japanners Tomado zoeken, het klinkt ook wel een beetje Frans of Japans. Een Tomado rekje in goede staat kost ongeveer 30 euro, wordt opgekocht door handelaren die het weer naar Frankrijk of Japan verkopen voor het dubbele. Een Pilastro wand, zoals op de foto, kost ongeveer 400 euro, als u het kunt vinden.
In Tomado rekjes moet Tomado in de planken gestanst staan. Voor beide geldt dat planken nooit geverfd mogen zijn, de originele poedercoating moet er op zitten.
Het beeld van de jaren 50 is in hoge mate truttig en
kneuterig.
Dat is wel terecht, braafheid te over, maar ook onterecht,
de jaren 50 hebben de meest flitsende modellen
opgeleverd die zelfs als ze nu op de markt zouden komen
nog futuristisch aan zouden doen.
Een koploper daarin is de Deen Arne Jacobsen, 1902-1971,
geweest. Als er een top tien van stoelen van de 20ste eeuw
gemaakt zou worden zouden er volgens mij 4 modellen van
Arne Jacobsen in staan, ze hebben allemaal een bijnaam
gekregen, de zwaan, het ei, de mier en de vlinderstoel.
Jacobsen heeft ze in een tijdsbestek van een paar jaar,
52 -56 ontworpen. Hij was zelf toen ook al in de 50,
blijkbaar lang een jonge geest gehad.
De zwaan kenmerkt zich door eenvoud, alsof hij een
papiertje genomen heeft en een beetje heeft zitten
vouwen. De zwaan heeft een mooie aluminium voet, en is in
hoogte verstelbaar.
De zwaan is nog steeds in productie en kost nieuw bij de
firma Fritz Hansen ongeveer 2500 euro. Tweedehands doen ze zeker 1000 euro. Als ze opnieuw bekleed moeten worden ga dan naar een goed bedrijf, de binnen schaal is van plexiglas waar niet in geniet kan worden, het belangrijkste apparaat van de hedendaagse meubel bekleder.De zwaan heeft 1 kleine handicap, hij zit zeker voor een man niet lekker, nogal opgedirkt zit je er in.
Een van de aardigste Pilastro ontwerpen is de notenbalk van Coen
de Vries, een kapstok met fleurige gekleurde haken. Een hele
revolutie in een land waar een eiken kapstok en messinghaken
met een batikdoek de norm was. Ook deze kapstok is typerend
voor het idee van licht en luchtig uit de jaren 50, passend in de
toen “en masse” gebouwde kleine flats.
Je hebt ze met spiegel hoedenplank en paraplubak maar ook zonder. Jaren 50 notenbalken kenmerken zich door ronde stangen, jaren 60, zeker vanaf 66, door vierkante stangen. Prijzen in 66:
Breed 76: alleen met 12 haken 55,95, met hoedeplank 69,15, met paraplubak 88,50, gulden natuurlijk. Je hebt ze ook 51,5 breed en 126 breed.
Prijs nu 200 euro minimaal. Wel met de gekleurde haken kopen, go for the full monty. Worden alleen maar duurder, zeer gezocht.

In de jaren 50 en 60 werd er onderscheid gemaakt tussen eerlijke meubelen en leugenachtige meubelen.
Bij leugenachtige meubelen volgde de vorm de functie niet, er zaten allemaal friemels aan waar van geen mens wist waarom ze er aan zaten,
Het leek als of ze hand gemaakt waren maar in werkelijkheid waren ze machinaal gemaakt, er zaten veel verborgen dingen in, veren, singels noem maar op, het waren ook vaak bakbeesten, een beetje vergelijkbaar met de kaas kasten die je nog in menig huishouden ziet.
Eerlijke meubelen waren meubelen zonder friemels, duidelijk machinaal gemaakt, de vorm volgde de functie, en ze waren rank. Een goed voorbeeld is de womb chair van Aero Saarinen, maar de meubels van Paulin en Jacobsen voldoen ook, net zo als overigens de buismeubelen van de jaren dertig van W.H. Gispen of de wassily stoel van Breuer.



In de tuin staan een paar Kembo stoeltjes te verroesten. Kembo
betekent “kom eerst maar bij ons”, wellicht een reactie van W.H.
Gispen op zijn vertrek uit Culemborg, kom eerst maar bij ons in
plaats van bij gispen. Kembo is opgericht door Meijer en Gispen,
na de oorlog in het weer herstelde Rhenen. Later verhuisd naar
Veenendaal, de fabriek bestaat nog, maakt voornamelijk project
meubelen. De tuinstoeltjes zijn ontworpen door gispen, het beeld
van de jaren 30 wist hij met de buismeubelen heel goed te grijpen,
het beeld van de jaren 50 net niet, dat hebben Jacobsen, Saarinen
en het echtpaar Eames gedaan.
Op de foto de mier 3100, ontwerp 1953 en de
Tong 3102 ontwerp 1955.
Ze staan op een spectrum bank van
Martin Visser.




Typerend voor de jaren 50 zijn de wandsystemen. Ik heb het al over pilastro gehad
en tomado, verder had je in Emmen drentea, drentea room steel heette hun syteem in
goed emmens engels, de planken van Drentea lijken op Pilastro maar zijn precies 70
cm, in Denemarken had je Paul Cordovius en in Zweden had en tegenwoordig heb je String.
De naam String, doorgaans geassocieerd met te krappe onderbroeken, is leuk gekozen,
een string, keten, van planken aan de muur, maar ook naar de ontwerper, Nils -Nisse-
Strinning, 1913 - 2006, mede architect van wat het Scansinavisch design zou worden.
Het systeem is ontworpen in 1949, en bestaat uit dragers in laddervorm, als bij Tomado,
en houten planken. Wel zijn de dragers veel groter dan de tomado dragers, doorgaans
een meter hoog, en verschillend diep. Je hebt ze voor aan de muur maar ook staand
op de grond.
Doorgaans zijn ze gemerkt met een sticker op de planken en een label aan de staanders.
Het hout is verschillend, grenen, beuken, teak. Het is deze combinatie van strakke
minimalistische dragers met het warme hout wat de charme maakt. Verder steken de
planken wat uit wat een luchtig effect geeft.
Er zijn veel assecoires, kastjes, leesrek, tafel, planken in verschillende lengtes
en breedtes.
De dragers zijn wit of zwart. Ook heeft Strinning in 1953 dragers van plexiglas ontworpen
waardoor het met een beetje fantasie lijkt of de planken zweven.
Het is de vraag waarom die wandrekken zo opkwamen in de jaren 50.
Allereerst werden er nog maar weinig huizen met inbouwkasten gebouwd. Kasten in de
kamer ogen plomp, men wilde licht luchtig en ruimtelijk. Wandrekken kun je wat hoger
hangen waardoor de onderkant van de kamer vrij bleef en men een gevoel van ruimte
kreeg.
Daarnaast viel er op die wandsystemen natuurlijk het 1 en ander te showen, een mooie
vaas, een pick-up, kennis en wijsheid in de vorm van boeken, een beeldje, bijvoorbeeld
een gestileerd teakhouten hert. Allemaal zaken die de identiteit van de eigenaar
vorm gaven. Ik ben modern, ik lees Sartre en Sagan en ik luister naar Duke Ellington.
Wel veel stoffen.
De prijs. Tegenwoordig is string weer in produktie, een klein rekje met drie plankjes
kost 95 euro nieuw.
Voor een oude grote plank is 15 euro denk ik heel reeel en 12,50 voor een drager,
verder 60 voor een kastje.
Er zijn ook tafels met spanpoten, kun je aan het rek hangen of vrij in de kamer zetten.
en ik luister naar Duke Ellington.
Wel een hoop stoffen natuurlijk.
Wat kost een string wandsysteem? Tegenwoordig is het weer opnieuw in produktie. Een
klein rekje met drie planken kost nieuw 95 euro.
Voor een grote plank in goede staat en een grote staander kun je mijns inziens makkelijk
12,50 tot 15 euro per stuk rekenen.
Kastjes 60 euro per stuk, zeldzaam is de tafel met spanpoten, je kunt de tafel aan
het rek hangen maar ook vrij laten staan met 4 spanpoten.
Teak is wat gezochter dan grenen. Het is in Nederland wel te vinden, bij de wat beter
gesitueerden. De plexiglas dragers ken ik alleen van de foto.













