HOME.
mark-plaats
Witte tafel met rode stoelen uit 1970.
Al jaren ben ik in bezit van deze aardige set stoelen met bijbehorende tafel uit 1970.
Geen idee waar die gemaakt is, wie het weet mag me mailen.
De stoelen kunnen draaien en zijn zeer goed afgewerkt.
De hond is zeker ook te koop.
In 1948 ontwierp Saarinen de womb chair, womb betekent baarmoeder, en de zeldzame variant er op de womb bank, baarmoeder voor een tweeling eigenlijk.
Saarinen is geboren in 1910 in Finland, op verzoek van mijn dochter meld ik er bij 20  augustus, ook haar verjaardag, overleden in de USA in 1961 bij een hersentumor- operatie.
Hij is samen met zijn ouders op 13 jarige leeftijd naar Amerika gegaan, meer Amerikaan dan Fin. Net als zijn vader was hij vooral architect en minder meubelontwerper, toch heeft hij een paar superklassiekers ontworpen, de womb chair, 1 van de eerste echt organisch vorm gegeven stoelen, en de tulip chairs, zeer veel in allerlei varianten nagemaakt. De echte zijn bij Knoll gemaakt, in Michigan en voor Europa in Belgie.
Saarinen was het middelpunt van een groepje zeer beeldbepalende ontwerpers, Charles Eames, Ray Eames -Kaiser, Harry Bertoia, Ralph Rapson, Florence Knoll-Schust, van Knoll Inc. , Knoll produceerde de ontwerpen  en bracht ze aan de man.
Tegelijk met de Womb chair ontwierp Saarinen de gate way arch in st.Louis, een ieder die daar wel eens geweest is kan deze enorme boog niet gemist hebben. Wellicht heeft u gedacht dat het een modern gebouw was, nee, ontworpen in 1947 1948. Net als de womb chair sterk sculpturaal vorm gegeven.
Hoe ver staan de ijzersterke ingetogen europees aandoende vormen van Saarinen en Eames af van de uitbundigheid van het eind van de jaren 50 in de USA en hoe mijlen ver staat het af van de huidige rommel die uit de USA komt, het meest opzienbarende amerikaanse ontwerp van de laatste tijd is geloof ik de apache helicopter.
Prijzen: womb chair nieuw 1750 euro, de bank is niet meer in produktie. Prijs is ongeveer 4000 dollar in de USA, in Europa weet ik het niet.
De Europese in Belgie gemaakte womb chair en bank,  bij de firma de Coene in Kortrijk, hebben een plywood schelp, de amerikaanse glasvezel. De oudere versie heeft een zwart onderstel, latere chroom of wit.
De Firma de Coene was een gerenommeerde belgische meubelmakerij van 1900 tot 1975, met het hoogtepunt in het interbellum. Ook in menig Nederlands gezin stond een produkt van de Coene, de radiokasten van Philips werden daar gemaakt.
Vanaf 1954 werden door de Coene in licensie Knoll meubelen gemaakt. Menigeen die trots een origineel vintage Knoll product heeft en niet een in licensie gemaakte Vitra stoel heeft in werkelijkheid een in licensie gemaakte de Coene. Overigens heb ik niet het idee dat ze aan de tulpstoelen veel meer deden dan de assemblage en de kussentjes,  zodra er hout aan te pas komt zal de  bijdrage van de Coene groter zijn geweest.
Ook in Nederland werden door PasToe in licensie meubelen vervaardigd en soms weer uitbesteed aan Tomado en Artifort.
Het had geloof ik met invoerrechten te maken, de ooit bezette landen wilden hun eigen industrie op poten zeten en beschermen.
Hieronder de showroom van de Coene/Knoll in Amsterdam.
Info over de Coene komt van Noel Hostens.

Wellicht de bekendste Nederlandse meubelfabriek was UMS PasToe.

De fabriek stond en staat nog steeds in Utrecht.

De fabriek stond bekend om hun hoogwaardige kasten en dressoirs, die verkocht werden in de Goed Wonen meubelwinkels.

Die kasten en dressoirs werden werden aangeleverd aan de winkels in dozen vergelijkbaar met hoe IKEA nu hun meubels aanlevert. Er waren echter verschillen tussen IKEA en PasToe.

IKEA opreert vooral aan de onderkant van de markt, PasToe aan de bovenkant. PasToe was bedoeld om een leven mee te gaan, bij IKEA heb ik daar wel eens mijn bedenkingen over.

IKEA meubelen moet je zelf in elkaar zetten, de grotere PasToe meubelen werden door het winkelpersoneel bij je thuis in elkaar gezet. Alles moest natuurlijk mooi waterpas zijn, anders liepen de schuifdeurtjes niet, daarom zaten er stelschroeven onder de plinten. Verder werden de meubelen in elkaar gezet met imbusbouten in koperen hulsjes.

PasToe meubelen waren kwalitatief goed, het fineer kwam van 1 boom, ze waren stevig, mooie plywood lades.

Bekendst en meest gezocht is de Japanse serie van Cees Braakman, en ook wel zijn berkenserie met de luspoten.

In de jaren 60 werd er veel pallisander en wenge gebruikt, in combinatie met witte vlakken. Eind jaren 60 kwamen de witte kubusjes van Jan des Bouvrie.

PasToe was niet alleen een fabriek, en wel een fabriek met een hoogwaardig machinepark, er was weinig handarbeid, het was ook een handelshuis. Zweedse meubelen werden geimporteerd en doorverkocht, je hebt Arne Jaconbsen van PasToe, onder andere hammerhead en mier, Saarinen van PasToe, tulip chair, maar ook maakte artifort voor PasToe en Tomado maakte de draadstoeltjes van Braakman. Men probeerde overal aan te verdienen en men verdiende overal aan. Eind jaren 70 ging het mis met PasToe, vooral door mismanagement, er is een doorstart geweest.

Showroom Knoll/de Coene amsterdam

Om de gispen tafel staan 4 stoelen, origineel uit de jaren 50, van  Harry Bertoia.

Bertoia hoorde bij het clubje Saarinen, Hans en Florence Knoll, het echtpaar Eames. Naast ontwerpers waren dit vooral experimenteerders met nieuwe materialen, in het geval van Bertoia vooral lucht, maar omdat lucht alleen niet stevig genoeg is deed hij er ook nog geplastificeerd draad om heen. Ik heb al vaker gezegd dat de jaren 50 jaren van licht en luchtig waren, de stoelen van Bartoia zijn er bij uitstek representatief voor.

Bertoia is geboren in Italie, in 1915, en net als Saarinen kwam hij rond 1930 naar Ellis Island, New York om op 15 jarige leeftijd zijn broer op te zoeken, hij is nooit meer terug gegaan.

Hij heeft zijn stoelen ontworpen rond 1950, 5 stuks, allemaal in productie genomen door Knoll en ze zijn nog steeds in productie bij Knoll. De stoelen konden niet fabrieksmatig in elkaar gezet worden, het is allemaal handwerk, en waren aan de prijs. De draden werden in een mal geleggd en hard gesoldeerd, niet gepuntlast, laat altijd los. Beroemd is de diamont chair, ik dacht gemaakt voor chevrolet dealers, in de tijd dat chevrolet nog geassocieerd werd met groot en luxueus.

Op draad zitten is niet altijd even aangenaam, vandaar dat er kussentjes bij waren, de blauwe kussentjes op de foto zijn origineel, de rode heeft de laatste eigenaar er geheel in stijl bij laten maken.

De draadstoelen hebben een zwak punt, dat is de buitenste draad vlak voor de overgang zitting rugleuning, op deze draad staat de meeste kracht. De draadstoelen van Eames zijn daar verstevigd maar Herman Miller, de fabriek van Eames, wilde niet dat Knoll dit procedee overnam.

De stoelen van Bertoia zijn veel verkocht, Bertoia kon zich eind jaren 50 volledig gaan wijden aan het kunstenaarschap, hij was in hart en ziel beeldhouwer, en ook hier bleef hij experimenteren met metalen draden, vooral met geluid die draden tegen elkaar aan maken.

Draadstoelen werden veel gekopieerd, ook Pastoe nam ze in productie, nou ja productie, liet ze maken bij Tomado, en er is ook een draadstoel van Eames.

Ze worden veel nagemaakt, zoals op dit moment veel design meubelen, ik zou er nooit voor gaan. Het raffinement ontbreekt net. Bij Knoll worden ze ook nog steeds gemaakt, de side chairs van de foto kosten nieuw circa 600 euro per stuk.

Tweedehands zal een goede side chair, met origineel kussentje 250 doen, de diamont chair 350., igineel kussentje, circa 250 doen, een diamont chair, ik schat 350,-. Ik vind het weinig geld voor zulke prachtige tijsbeelden.

Eind jaren 50 vond er een zeer gelukkig huwelijk plaats tussen Pierre Paulin,
geb. 1927, en Artifort. Artifort was van Wagemans en van Tuinen N.V.
Een bedrijf dat in 1 generatie was gegroeid van een eenvoudige
stoffeerderij tot een meubelfabriek met faam tot ver buiten onze grenzen.
De Franse ontwerper/architect was de Maastrichtse meubelfabriek
opgevallen door de Oyster, zie foto, die ze zagen op een Brusselse beurs.
Begin 20 had hij al gewerkt voor thonet. De artifort collectie was niet
uniform, je had dus de erg speelse Paulin, nog steeds de ambachtelijke
Theo Roth, eenvoudig en stoer, en de fantasierijke constructies van Kho
Liang le die voor het gemak in de fabriek maar meneer Ko werd
genoemd.
De Oyster, de grote tulp, de tong, ribbon chair, orange slice, allen stuk voor
stuk design klassieker's par excellence. De stoelen van Paulin zitten lekker,
hoewel over de ribbon chair, wellicht zijn beroemdste ontwerp, heb ik mijn
twijfels maar ik heb er nooit in gezeten.

● Pierre Paulin: de grote tulp en de Oyster

Je voelt je  beschermt in de stoelen

van Paulin omdat ze je als het ware omhullen.

Ze zijn rank en monumentaal tegelijk. De stoelen worden weer gemaakt en kosten dan rond de 1000 euro per stuk.

Een goede originele grote tulp doet 1250, de originele heeft een kruis voet en geen ronde

voet, een ribbon chair 2500. Als de Oyster opnieuw bekleed is let er dan op dat de stof er niet “los” op zit,want dan gaat de stof lubberen. Het is lastig om deze stoelen te bekleden, moet bij gespecialiseerde bedrijven gebeuren. Pierre Paulin is in 2009  helaas overleden.

Witte tafel met rode stoelen

Womb bank Saarinen

UMS PasToe

Harry Bertoia, stoelen van lucht

Pagina

1

3

2

Pagina

1

3

2

reclamee 005.JPG
oyster.jpg
boeee.jpg